Het failliet van de ‘vrije markt’ en zijn economie?

Het is in de eerste maanden van 2020 duidelijk geworden, wie echt onmisbaar zijn. Daarnaast zien we al jaren, dat het leven op de aarde ontwricht is geworden door de ‘vrije markt’.  Én dat het juist nu toch marktpartijen zijn, die midden in de Corona-crisis nog in de eerste plaats aan zichzelf denken. Dus lijkt de conclusie gerechtvaardigd, dat de ‘vrije markt’ en de daarop gebouwde economie failliet verklaard zou moeten worden. Maar gebeurt dan nu ook?

Wie de kranten leest en ‘het nieuws’ volgt op televisie en via het internet, kan het niet zijn ontgaan: we maken anno 2020 de totale ontmaskering van ‘de vrije markt’ mee. De mensen die grote bonussen en dividend opstrijken, met beursacties het leven op aarde bepalen, in dure auto’s rijden en in grote huizen wonen met oprijlaan, een hek met bewakingscamera’s, grote honden en beveiligers om hun ‘eigen’dom te beschermen tegen onverlaten, bedienden voor het onderhoud van huis, tuin, dieren en kinderen, zij blijken opeens van veel minder belang voor de wereld dan de jaren onderbetaalde mensen in de zorg, de politie, de schoonmaakbranche en het onderwijs.

Hoe kort is het nog maar geleden, dat juist op die dienstverlenende sector constant doorlopend werd bezuinigd? Zelfs toen de regering Rutte de nu al geen of nauwelijks belasting betalende grote bedrijven nog een extra cadeautje wilde geven in de vorm van afschaffing van dividendbelasting was er volgens diezelfde regering en regeringspartijen niet voldoende geld beschikbaar was voor de dienstverlenende sectoren.  Ook niet toen bleek dat de emmer overal aan het overstromen was, af te meten aan burn-outs en grote tekorten aan leerkrachten en blauw op straat.

Naar nu blijkt, was dat niet beschikbaar stellen van geld voor de dienstverlenende sectoren een kwestie van prioriteiten stellen, want nu de nood door een op en door de markt ontstaan virus ook volgens onze ministers echt groot is, nu blijkt er plotseling een veelvoud beschikbaar van wat eerder door de dienstverlenende sectoren was gevraagd. Niet in de eerste plaats beschikbaar voor die dienstverlenende sectoren overigens, maar om ‘onze economie’ te redden. Want – zo luidt de overigens voor wat het MKB betreft terechte redenering – die economie zorgt ervoor, dat de dienstverlenende sectoren kunnen worden betaald.

Alleen kan ik die redenering persoonlijk weer niet erg rijmen met geld voor bijvoorbeeld Booking.com en andere grootverdieners en belastingontwijkers, die onlangs nog vanuit torenhoge winsten dividend uitbetaalden aan aandeelhouders. Anders dan in bijvoorbeeld Denemarken waren er geen eisen aan bedrijven die hun hand ophielden in de eerste ronde. Waar ZZP-ers en masse dreigen te verdrinken, ze geen recht op enige ondersteuning hebben als hun bedrijfsadres hetzelfde is als hun woonadres – wat voor de meeste ZZP-ers geldt -, gaan er grote scheppen naar Booking.com en KLM. En zelfs in de tweede ronde twijfelde de VVD – op dit moment comfortabel surfend op het kompas van de premier met afstand de grootste partij van ons land – of er niet volstaan kon worden met een moreel appèl in plaats van harde eisen. Een moreel appèl? Zien deze volksvertegenwoordigers niet, hoe er juist bij de partijen aan wie de eisen gesteld gaan worden, elk moreel aan hun laars lappen?

Alles stond – en staat nog – steeds ten dienste van ‘de vrije markt’. Waar mensen als slaven worden gebruikt in Zuid-Italië en Spanje (dus Europa) om ons in Nederland te voorzien van blikjes goedkope tomatenpuree, sinaasappelen en andere producten. Waar we dieren niet meer als medeschepselen zien, maar gebruiken alsof het niet meer dan ‘dingen’ zijn. Of het nu gaat om varkens, runderen, geiten, kippen of vissen. En waar we in het ene werelddeel bossen rooien om er houtsnippers van te maken, om die te vervoeren naar bijvoorbeeld ons werelddeel om te verbranden in centrales, waar we dan ook nog eens net doen alsof we milieuvriendelijk bezig zijn. Een goede marktmeester ontbreekt in het systeem van ‘de vrije markt’. Daardoor is het die ‘vrije markt’ gewoon een jungle geworden, waar het recht van de sterkste geldt. En die sterkste, dat is heel vaak ook de rijkste.

De Verenigde Naties zou die marktmeester misschien hebben kunnen worden, maar helaas moeten we constateren, dat de VN zich in de praktijk inmiddels ver van zijn oorspronkelijke werkveld begeeft door de invloed van de grote, de rijke landen. Zo lijkt de president van het nu nog invloedrijkste land ter wereld de VN te wille chanteren door zijn bijdrage aan de WHO (de wereldgezondheidsorganisatie van de VN) stop te zetten. Evenzo is het prijzen door die WHO van China naar aanleiding van hun ‘fantastische en adequate aanpak’ van het corona-virus toch op zijn minst bijzonder vreemd te noemen. Terwijl het virus zich in en vanuit China verspreidde, hield China maandenlang cruciale informatie achter. Artsen die waarschuwden werd zelfs de mond gesnoerd. China is één van de vele plekken op deze wereld, waar de Universele Rechten van mensen 75 jaar na de oprichting van de VN met voeten wordt getreden. Dat gebeurt overigens – maar dit ter zijde – ook op de Molukken waar wij als Nederland de mensen in de steek hebben gelaten en zij ook in april 2020 ongestraft tot op het bot kunnen worden vernederd.

Terug naar corona. Want ook de plek zelf waar het virus waarschijnlijk de mensheid is ‘binnengekomen’, laat zien, dat een goede marktmeester meer dan belangrijk gevonden zou moeten worden. Special Professor Emerging en Zoonotic Viruses dr. Wim van der Poel van de Universiteit Wageningen onderzoekt dit soort virussen al 20 jaar. Hij zegt, dat het probleem meermalen ontstaat op de immens populaire dierenmarkten in China. Waar de Chinese overheid alles van de mensen weet en hen daarop zelfs aanstuurt op gedrag, laat diezelfde overheid die haarden van ellende schijnbaar ongemoeid. ‘Zondag met Lubach’ liet op zondag 19 april zien, hoe het op die markten in zijn werk gaat. Stapels met kooien boven elkaar met daarin verschillende diersoorten. Dieren die in de natuur nooit bij elkaar in de buurt komen. De dieren in de onderste kooien vangen alle smerigheid op van de dieren in de kooien erboven. In zo’n omgeving worden virussen al snel overgegeven van het ene op het andere dier en vandaar …. naar de mensen, die volop in contact komen met die verschillende dieren. Een marktmeester ontbreekt. Ook hier. En het lijkt erop, dat de markt gewoon weer doorgaat en we dus kans blijven houden op nieuwe doorbraken van virussen.

Maar wat betekent het voor ons als samenleving. Dat we omwille van ‘de vrije markt’ maar de anderhalve meter samenleving voor lief gaan nemen? Gaan we echt zover? Geen voor iedereen toegankelijke theaters, bioscopen, restaurants en voetbalstadions meer? Willen we die prachtige samenleving die we tot voor kort hadden echt opofferen voor ‘de vrije markt’? Als ik onze premier goed beluisterd heb de laatste tijd, dan ben ik hoopvol gestemd. Van een onvervalste aanhanger van ‘de vrije markt’ zie ik hem momenteel acteren als een voorvechter van een ‘zorgzame overheid’, die oprecht zorg heeft over wat de mensen in zijn land overkomt. Of is dit alleen het acteren van de praktische staatsman en draait hij straks weer om als een blad aan de boom als het weer kan? Is Mark Rutte de door mij gezochte en gewenste marktmeester in elk geval voor ons land?

Een irrelevante vraag. We leven namelijk niet meer in een tijd, dat je zoiets als land kan besluiten. Mannen als Baudet en Wilders die aan die nationalistische mogelijkheid appeleren, weten natuurlijk zelf ook wel, dat die tijd achter ons ligt. Zij incasseren een mooi salaris op kosten van de belastingbetaler met het verkopen van gebakken lucht aan mensen, die nog niet hebben meegekregen, dat je daarvan niet kan leven. Of je nu wilt of niet: Nederland is geen eiland op zich. We maken deel uit van één grote wereld, waarin steeds meer het grote geld regeert middels machthebbers die als pionnen functioneren. Met machthebbers als Xi Jinping (China), Donald Trump (de VS), Vladimir Poetin (Rusland), Jair Bolsonaro (Brazilië), Narendra Modi (India) in de grote wereldlanden en Viktor Orban, Jaroslaw Kaczynski en Recep Tayyip Erdoğan in Europese landen, die zich niets aan blijken te hoeven trekken van de tandeloze leeuw, die het Europese parlement is, hoeven we ons geen illusies te maken. Het zijn allemaal ‘echte mannen’ en ook nog eens mannen met maar één doel in het leven: macht en geld. Macht en geld om er vooral zelf met hun familie en vriendjes van te profiteren.

Met ‘Het failliet van de ‘vrije markt’ en zijn economie?’ als vraag boven deze blog heb ik dus vooral een droom gedeeld, want wie ziet hoe deze wereld’leiders’ omgaan met de coronacrisis, kan – denk ik – niet anders dan met mij concluderen, dat de door ‘de vrije markt’ ontstane jungle precies past bij dit soort ‘leiders’ en de economische organisatorische machten daarachter. Zolang dit soort mannen het voor het zeggen mogen houden, zal er binnen hun invloedssfeer niets ten goede veranderen. De enige vraag die ik wat dit betreft heb, is hoelang het nog duurt, voordat we ook in Nederland een dergelijke ‘macht’hebber krijgen.

Om die reden ben ik – als ‘linkse jongen’ – momenteel zielsgelukkig met Mark Rutte en de grote populariteit van zijn partij. Als premier en als leider van de veruit meest stabiele partij in ons land. Niet omdat ik denk, dat hij en zijn partij ooit een weg naar meer gerechtigheid gaat en dus echt zal streven naar een wereld, waarin plek is voor iedereen. De reactie op het immense vluchtelingenprobleem is wat dat betreft één grote ontnuchtering. Wel omdat we door die stabiele factor op rechts in ons land op lokaal niveau kunnen werken aan een wereld, waarin we op dat lokale niveau samen kunnen werken, leven en spelen. En daar alsnog een mooie wereld kunnen creëren.

‘Groter denken, kleiner doen’, was de titel van een boekje dat Herman Tjeenk Willink eind 2018 schreef. Een geslaagde revolutie moet je ook niet in de top van het maatschappelijk bestel verwachten en willen. Als je daadwerkelijk iets ten goede wilt veranderen in de wereld, kijk dan naar de plek waar je ook echt invloed hebt. Dus aan de basis. Gewoon binnen je gezin, je familie, je straat, je eigen buurt, wijk, dorp en stad. Daar waar het ook echt mogelijk is om een zegen te zijn voor een ander mens. Volgens Stephen Covey is dat …. leiderschap.